Het is te heet voor zonnepanelen

Het is te heet voor zonnepanelen

bron:  “de Telegraaf”, 24-7-2019; door Edwin van der Schoot

Amsterdam: De hitterecords leiden vooralsnog niet tot records aan zonnestroom. Zonnepanelen hebben namelijk te veel last van de hitte om optimaal te presteren.

Het is een bekende misvatting. Het gaat niet om de hitte, het gaat om de hoeveelheid licht die op de panelen landt. En die is vaak in het voorjaar groter dan in hartje zomer. De langste dag valt immers op 21 juni en in de maanden april en mei is de lucht vaak helder. „Panelen werken ook het beste als het ongeveer 25 graden is”, meent een woordvoerder van de Vereniging Eigen Huis. Bij hogere temperaturen ontstaat er teveel weerstand.

Op een warme zomerdag kan een zonnepaneel gerust 65 graden heet worden; een temperatuur waarbij zo’n twintig procent aan potentiële opbrengst verloren gaat. „Een zonnepaneel presteert eigenlijk op zijn best tijdens een zonnige zomerdag mét een wind die de panelen koel houdt.”

lees het volledige artikel met meer info over o.a. energieopbrengst en het aandeel van de geproduceerde zonne-energie in het totale energiegebruik op een zomerse dag:
https://www.telegraaf.nl/financieel/1992003106/het-is-te-heet-voor-zonnepanelen

 


Australische investeerders willen zware industrie transformeren met zonne-energie

Australische investeerders willen niet alleen zonne-energie exporteren naar Singapore en naar Indonesië, maar ook met zonnestroom de binnenlandse zware industrie transformeren.
Adam Morton legt het uit in een artikel op The Guardian-website.  https://www.theguardian.com/

Hier mijn samenvatting van een gedeelte van zijn artikel.

Australische investeerders willen niet alleen de productieprocessen vergroenen, maar denken ook met in Australië geproduceerde energie meer hoogwaardige producten te kunnen produceren en exporteren.
Prof. Ross Garnaut, hoogleraar economie aan de universiteit van Melbourne, beweert dat er nog een andere strategie voor vergroening mogelijk is. In een recente serie lezingen analyseert hij hoe Australië, met de beste hernieuwbare energiebron in de ontwikkelde wereld, haar energieproductie zou kunnen uitbreiden terwijl de wereldwijde uitstoot aanzienlijk zou verminderen.
Garnaut wijst op de steeds lagere kapitaalkosten voor hun hernieuwbare energie en voor energieopslag. Aangezien voor de ontwikkeling van schone energie de kapitaalkosten de grootste post zijn (de brandstof is gratis), is hij van mening dat de transformatie naar hernieuwbare energie de concurrentiepositie t.o.v. fossiele brandstoffen radicaal heeft veranderd.
Voor ontwikkelde landen zijn kapitaalkosten lager. Volgens Garnaut betekent dit dat Australië met een aantrekkelijk investeringsklimaat en een hoog rendement in de energieopwekking van zonne- en windenergie, het centrum kan worden voor goedkope energie in een toekomstige zero-carbon wereld.
Australië zou daarom vanzelfsprekend veelmeer de basis moeten zijn voor verwerking van mineralen tot half- of eindproducten. Voor producten met meerwaarde in een wereld die steeds meer waarde hecht aan productie op basis van zonne-energie, wind en andere schone bronnen. Processen en industrieën die met de visie van Garnaut tot grote bloei zouden kunnen komen, zijn de bekende energie-intensieve bewerkingen zoals we die kennen voor aluminium, ijzererts en staal. Dat biedt ook nieuwe mogelijkheden voor de bewerkingen van het Australische silica, lithium, vanadium, nikkel, kobalt en koper.
Prof. Ross Garnaut  kenmerkt deze ontwikkeling als het fundament voor een nieuw tijdperk van economische expansie en welvaart. Hij is ervan overtuigd dat hun hernieuwbare energie de wereldwijde uitstoot aanzienlijk zal verminderen.

Waarom staan we in Nederland niet positiever tegenover de mogelijkheden die hernieuwbare energie ook ons uiteindelijk kan bieden? Waarom zien we de technische uitdagingen als problemen? Per m2 of hectare mag de opbrengst aan zonne-energie in Nederland dan wel lager zijn en hebben we niet zoveel hectaren ter beschikking dan de Australiërs, maar onze investeringen in de benodigde infrastructuur zullen wel flink lager zijn dan die in Australië. Het mag toch ook Noordzee wind-energie zijn?
En de strategie voor onze industrie? Het “vuile” Tata-plaatstaal uit Ijmuiden zal toekomstig moeilijk kunnen concurreren met het “groene” plaatstaal uit Australië of India. Nederland dankt haar economische wereldpositie aan high-tech producten en efficiëntie, maar “groen” wordt een additionele en voorwaardelijke productparameter om die positie veilig te stellen.
Stop met zeuren en klagen en laat ons investeren in “Nederlandse groene meerwaarde” en daarmee onze concurrentiepositie veilig stellen.
Chris Hamans

Australië gaat zonne-energie exporteren

Australië is van plan zonne-energie te exporteren naar Singapore

Terwijl de Australische overheid zich verzet tegen een koolstofarme energietransitie, zijn er enkele interessante ontwikkelingen.
Adam Morton legt het uit in een artikel op The Guardian-website. https://www.theguardian.com/
Hier mijn samenvatting van een gedeelte van zijn artikel. Over de export van zonne-energie en de potentie voor vergroening voor de Australische industrie:
Sun Cable, beloofd de grootste zonne-farm ter wereld te worden. De planning voorziet een geïnstalleerde capaciteit van 10 gigawatt op 15.000 hectare, compleet met batterijopslag om ervoor te zorgen dat de hele dag stroom geleverd kan worden.
Vanuit de woestijn nabij Tenant Creek (Northern Territory) gaat een lange leiding naar Darwin en van daaruit naar Singapore met een 3800 km lange zeekabel.

Daarmee moet dan in één klap ongeveer 20% van Singapore’s energievoorziening groen worden, opgewekt onder en met de Australische zon.
Maar op dit moment moet aangetekend worden dat Australië  nog steeds ’s werelds grootste exporteur van steenkool is en daarmee ook exporteur van CO2-emissies. Samen met Qatar als wereldleider in de verkoop van vloeibaar aardgas (LNG) zijn beide landen dus de grootste “exporteurs” van CO2 emissies.

Het artikel in “the Guardian” bevat nog meer informatie: niet alleen over de export van hernieuwbare energie naar Singapore en naar Indonesië, maar o.a. ook over Australische strategieën, projecten en standpunten van wetenschappers, industriëlen en investeerders. Ook hiervoor zijn windparken en zonnefarms de basisvoorzieningen die de zware industrie van Australië moeten vergroenen.
Met name de Pilbara, één van de 9 regio’s in Australië, is ongekend rijk aan ijzererts en andere ertsen en mineralen. Met de plannen van investeerders en de industrie kan de Pilbare vergroenen met behulp van de groene stroom en met de daarmee geproduceerde waterstof. Maar helaas zijn al deze plannen nog niet in lijn met de huidige Australische politiek!
In volgend bericht , meer over deze plannen en initiatieven.

Zeeën van duurzame energie – 3

Zeeën van duurzame energie – 3

Uit Technisch Weekblad; vrijdag 12 april 2019
auteur: Hans Buitelaar; donderdag 11 april 2019

REDstack: zoet-zout dialyse

In de uitwateringskom van de Oude Rijn achter het gemaal bij Katwijk gaat REDstack een tweede blauwe-energiecentrale realiseren. Hier wordt elektriciteit opgewekt uit het samenstromen van zoet water met zeewater. Na de goed functionerende proefopstelling op de Afsluitdijk, in gebruik genomen in 2014, is het tijd voor daadwerkelijke levering van energie aan eindgebruikers. De capaciteit van de testinstallatie aan de Afsluitdijk was 50 kW, die wordt opgeschaald naar 800 kW bij Katwijk. Hoogheemraadschap Rijnland, de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk worden de afnemers van de elektriciteit. ‘In vergelijking met conventionele centrales is dit natuurlijk nog maar een kleine’, ziet directeur Rik Siebers in. ‘De centrale bij Katwijk is dan ook het begin: een demonstratie dat Blue Energy echt werkt voor de markt. Onze ‘stacks’ worden niet groter, maar we plaatsen er gewoon meer. Dat ze werken, is op de Afsluitdijk uitgebreid aangetoond.’

Het verschil in zoutgehalte tussen rivierwater en zeewater waar het instroomt, biedt de mogelijkheid elektriciteit op te wekken. Het zout in zeewater bevat positief geladen natriumionen en negatief geladen chloride-ionen. Wanneer zoet water aan de ene kant langs een membraan loopt en zout water aan de andere kant, ontstaat een stroming van deze ionen. Wetten uit de natuurkunde leren dat de watermassa’s aan beide zijden van de membranen dit spanningsverschil opheffen om evenwicht te bereiken. Reverse Electro Dialysis (RED), ofwel omgekeerde elektrodialyse, maakt gebruik van twee membraansoorten: membranen die uitsluitend positieve ionen doorlaten (CEM, Cation Exchange Membranes) en membranen die enkel negatieve ionen doorlaten (AEM, Anion Exchange Membranes). Het zoute water stroomt tussen twee membranen door, aan de ene kant passeren de positief geladen ionen het CEM en aan de andere kant de negatief geladen ionen het AEM. Tussen de membranen ontstaat een spanningsverschil, dat wordt omgezet naar elektriciteit. (meer…)

Er is geen tijd meer te verliezen

“Nog tien, mogelijk nog twintig jaar rest om iets te doen aan klimaatverandering”

Artikel “De winnaar & verliezer van de week”; Volkskrant, 13 April 2019,  door Peter de Waard

Winnaar:
Hij is 92 jaar, maar nog vol vuur. Alleen heeft natuurheld Sir David Attenborough het oerwoud en andere desolate gebieden met zeldzame dieren- en plantensoorten ingewisseld voor de grote metropolen waar de beslissingen over de toekomst van moeder aarde worden genomen.

Donderdag was hij bij de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank waar hij met een heel bijzonder soort primaten de discussie aanging: de financiële elite. De producent van series als The Living Planet en Planet Earth, over het paargedrag van walvissen en de migratie van miljoenen gnoes, zei dat de wereld ‘nog tien, mogelijk nog twintig jaar rest om iets te doen aan klimaatverandering‘. Anders wordt de aarde onbewoonbaar. Hij waarschuwde dat Afrikanen massaal naar het noorden zullen trekken omdat het op hun eigen continent door de opwarming niet meer leefbaar zal zijn.

Eigenlijk haat hij superlatieven. ‘Maar er is een uitstervingsgolf gaande en we zijn al halfweg. We zitten in verschrikkelijke, verschrikkelijke problemen en hoe langer we wachten, hoe erger het wordt.’ Hij vergeleek het met beleggers die hun eigen kapitaal opeten. ‘Het is goed om af en toe de winst op te strijken, maar je moet niet je eigen kapitaal verspelen.’ Een van de ergste uitwassen noemde hij de subsidie van fossiele brandstoffen. Sinds 2015 is daar nog eens 5,2 biljoen dollar aan uitgegeven.

EU wil dat Nederland snel extra energiemaatregelen neemt

EU wil dat Nederland snel extra energiemaatregelen neemt

8 april 2019 – Dit artikel werd integraal overgenomen van NU.nl : https://www.nu.nl/klimaat/5831916/eu-wil-dat-nederland-snel-extra-energiemaatregelen-neemt.html

We vonden het belangrijk u op dit artikel te attenderen. Nederland moet EU-sancties vrezen, omdat we veel te lang gewacht hebben om echte maatregelen te nemen, te theoretisch en te lang gepraat hebben. De energieprestatie (en het wooncomfort) van Nederlandse woningen en gebouwen houdt al jaren geen pas met de meeste andere Europese lidstaten. Het aantal stookdagen (graaddagen) in Denemarken verschilt niet zoveel met Nederland, maar gemiddeld ligt het energieverbruik er flink lager en dat terwijl het wooncomfort er een stuk hoger ligt. Al lang voor de oliecrisis in de jaren ’70 van de vorige eeuw worden gebouwen er veel beter geïsoleerd waardoor het energiegebruik per m2 woonoppervlak bijna “traditioneel” lager ligt.
Laten we in Maasgouw beginnen om ons energieverbruik terug te dringen. “De meest duurzame energie is bespaarde energie” . Besparingsmaatregelen zijn altijd de juiste investering, ongeacht het alternatief dat ons toekomstig aangeboden wordt voor verwarming, voor warm water en koken, op aardgas.   Dat vergroenen is dan de tweede stap als we kiezen (of geen andere keus hebben) voor de inkoop en/of opwekking van die hoeveelheid energie die we na die besparingsmaatregelen nog nodig hebben.
Daarmee zal Maasgouw Nederland niet vrijwaren van EU-sanctiemaatregelen. Maar toch……

en dan nu, het NU-artikel:

(meer…)

Gesprek van de dag: DE STRIJD OM DE WINDMOLENS

Het kabinet koerst aan op een confrontatie met de provincies als die niet snel meer gaan doen om het aantal windmolens op hun grondgebied te verhogen. Intussen hebben alle partijen nog wel een paar plannen waarmee ze om uw aandacht vragen.

Bron: Volkskrant-bericht/Politiek 11.3.2019

En zo bereikt het klimaatdebat, negen dagen voor de provinciale verkiezingen, dan toch het bestuurlijke niveau waar het vooralsnog in de praktijk de meeste gevolgen heeft: de provincies.

Dat zit zo: al jaren voordat op het Binnenhof gesproken werd over een nationaal ‘klimaatakkoord’ hadden we al het ‘energieakkoord’, vol met afspraken om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele grondstoffen. In dat kader spraken bijvoorbeeld de provincies in 2013 af dat zij zouden zorgen dat er in 2020 voor 6000 Megawatt aan windenergie op land wordt opgewekt. Onderling maakten ze een verdeling.
De nuchtere conclusie, een jaar voordat het zover moet zijn: er is van alles gebeurd, maar die 6000 Megawatt zal niet lukken. Veel provincies slagen er namelijk niet in hun eigen doelstellingen na te leven, bleek vandaag uit een inventarisatie door de Volkskrant. Eind 2020 is naar verwachting 5153 Megawatt gerealiseerd.
Ze willen wel, zeggen de provinciebesturen, maar het is niet eenvoudig. Ze kampen met protesterende omwonenden, met ingewikkelde juridische procedures tot aan de Raad van State, met radarverstoringen, met het vliegverkeer dat niet in gevaar mag komen, enzovoort. Voor een praktijkstudie naar het not in my backyard-syndroom lenen de windmolens zich uitstekend.
Het gevolg is een dreigende confrontatie tussen het rijk en de provincies. Want om schot in de zaak te krijgen, maakte minister Wiebes van Klimaat vorig jaar al een aanvullende afspraak: wie het niet haalt, moet binnen drie jaar alsnog dubbel zoveel opwekken. Met wind of met zonne-energie, dat maakt niet uit, als het maar gebeurt.
Wiebes’ collega OIlongren van Binnenlandse Zaken deed daar vandaag nog een schepje bovenop: in het uiterste geval zal het rijk wat haar betreft zelf de plekken voor de windmolenparken en de zonneweides aanwijzen. Dat is niet haar wens, benadrukte zij zojuist in een lezing op de Universiteit Groningen, maar zo zal het wel gaan als de provincies niet doorzetten. Indien zij ‘in conservatisme blijven steken’, zullen Ollongren en haar opvolgers de taak naar zich toe moeten trekken en komen met oplossingen die ‘duurder en minder op maat gesneden’ zijn.

De animo van de provinciebesturen hangt natuurlijk grotendeels af van de mening van de nieuwe Provinciale Staten, die op 20 maart gekozen worden. Voor wie daar gericht invloed op wil uitoefenen: de provinciale stemwijzers staan, althans voor zeven provincies, klaar om in te vullen.


Persoonlijke kanttekening van Chris Hamans, voorzitter CDM: 

Voorjaarsstorm, waar niemand het warm van krijgt?

lees meer: warmtemolen