Forse toename windenergie en zonnestroom

11 procent energieverbruik in 2020 afkomstig uit hernieuwbare bronnen

bron: CBS 31-5-2021

Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland in 2020 was 11,1 procent van het totale energieverbruik. In 2019 was dit nog 8,8 procent. De toename was grotendeels te danken aan een grotere capaciteit voor zonnestroom en windenergie. Ook het verbruik van biomassa (met 6% het grootste aandeel in die 11,1%) nam toe, vooral het meestoken daarvan in kolencentrales. Dit blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS.

Forse toename capaciteit windenergie en zonnestroom

Het verbruik van energie uit wind nam met 29 procent toe. De belangrijkste reden voor deze stijging is de toename van de opgestelde capaciteit van windmolens op zee door de realisatie van het windmolenpark bij Borssele. Ook op land zijn vorig jaar meer windmolens geplaatst. De totale capaciteit van windmolens ging van 4 500 megawatt (MW) eind 2019 naar 6 600 MW eind 2020.

Het verbruik van zonne-energie (elektriciteit en warmte) groeide in 2020 met 47 procent. Ook hier speelden nieuwe zonneparken de belangrijkste rol. De opgestelde capaciteit van zonnepanelen voor zonnestroom steeg opnieuw met een recordhoeveelheid van 7 200 MW in 2019 naar iets meer dan 10 000 MW in 2020.

Meer weten over wat er achter deze cijfers steekt? Kijk dan in het bericht van het CBS

Kanttekening van onze coöperatie:

De verouderde regelgeving ten aanzien van het gebruik van het elektriciteitsnetwerk zal verdere groei van het aandeel hernieuwbare energie uit wind en zon de komende jaren ernstig belemmeren. Aansluiting van zelfs een kleine zonneweide (1,2 MW) op het netwerk van Enexis en Tennet in de gemeente Maasgouw loopt ernstige vertraging op. Alle vergunningen en SDE-subsidie zijn verleend c.q. toegekend, maar de bouw kan pas starten als er weer capaciteit op het netwerk beschikbaar is. Dat treft niet alleen ons project maar inmiddels veel projecten in zuid en oost Nederland.
Zo zal verduurzaming met hernieuwbare energie ernstig vertragen en worden de nationale doelstellingen niet gehaald.

toelichting:Hernieuwbare energie:

Energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk: wind, zon, warmte uit de aarde en bodem, de buitenlucht en oppervlaktewater, waterkracht en energie uit de oceanen, biomassa, stortgas, gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogassen.


Suggesties programmapunten voor politieke partijen in Maasgouw

Suggesties programmapunten voor politieke partijen in Maasgouw.

Maasgouw 30 september 2021.
Aanbevelingen van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw aan de lokale politieke partijen t.b.v. hun partijprogramma op het aspect verduurzaming en energie transitie.

De lokale politiepartijen kijken alweer uit naar de gemeenteraadsverkiezingen. Partijprogramma’s van 2018 moeten nieuwe inhoud krijgen. Dat was aanleiding voor het bestuur van onze coöperatie om alle partij en (afzonderlijk) uit te nodigen en om van gedachten te wisselen over de invulling van de “duurzaamheids-paragrafen”. Alle raadsfracties, inclusief D66 als nieuwkomer op het verkiezingstoneel, gaven spontaan gevolg aan onze uitnodiging.  Als coöperatie hebben we onze plannen voor onze invulling van de Warmte-Transitie in Maasgouw (WTM) toegelicht en bediscussieerd.

Elke fractie moet de concrete inhoud van hun partijprogramma nog formuleren. Over en weer zijn suggesties gedaan voor de “duurzaamheids-paragraaf”. We hebben alle suggesties uniform aan alle partijen toegestuurd en hun uitgenodigd deze in de komende raadsperiode inhoud te geven voor Maasgouw.
Onze suggesties / aanbevelingen zijn:

1. Inrichting leef- en woonomgeving
1.1. Geef bij de inrichting en herinrichting van de leefomgeving prioriteit aan de zon-oriëntatie van percelen en gebouwen. Maak een zuid-oriëntatie van dakvlakken mogelijk.
Dit houdt ook in dat bomen en struiken geen belemmering mogen vormen voor de volle benutting van de zonenergie voor de opwek van groene stroom en groene warmte. (resp. PV panelen en zonnecollectoren moeten zonder schaduwwerking van bomen en struiken geplaatst kunnen worden.)
1.2. Voorzie bij de inrichting en herinrichting zoveel mogelijk koelte-eilanden, maar stimuleer ook dat van elke woning een koelte-eiland gemaakt wordt. Dit ook in combinatie met de aanleg van regenwater-retentie en -infiltratie.
1.3. Stel aanvullende eisen aan de akoestische belasting veroorzaakt door de buitenunits van warmtepompen en airco’s. (opstelling, geluidsabsorberende omkasting, contact- en luchtgeluid, trilling demping)
1.4. Stimuleer maximale natuurlijke zomerse schaduwwerking in het ontwerp of in de aanpassing van woningen. Dit bijvoorbeeld door voorschrijven of stimuleren van gebouwontwerpen met brede dak-overstekken, oriëntatie van grote raamvlakken, toepassing van luifels, openveranda’s.
E.e.a. ook in combinatie met een welgekozen aanplant van bladverliezende beplanting die voor zomers schaduwwerking kan zorgen en voor voldoende lichtinval in de winterperiode.
2. Maximale inspanning van de Gemeente om een ruimere toegang tot de stroominfrastructuur te bewerkstelligen.
De verduurzaming van Maasgouw doormiddel van middel-tot grootschalige opwek van groene stroom wordt momenteel belemmerd en stagneert door de congestie op het netwerk van Enexis en Tennet.
(klein-aansluitingen voor de opwek van groene stroom zijn door deze beperking niet  betroffen)
3. Prioriteer energiebesparing.
De mogelijkheden om met collectieve opwek van groene stroom bij te dragen aan de CO2-reductie zijn voor de gemeente Maasgouw helaas vrij beperkt. (Aan de voorwaarden voor plaatsing van een windturbine en het inrichten van grondgebonden zonneparken is resp. geen of slechts zeer beperkt ruimte. Drijvende zonneparken binnen het stroomsterke overstromingsgebied van de Maas vormen een risicovolle investering).
Daarom zal Maasgouw versterkt moeten inzetten op energiebesparing om bij te dragen aan het behalen van de 55% CO2 emissiereductie.
(De andere doelstelling c.q. verplichting, om in 2030 het aandeel hernieuwbare energie van 40% te behalen wordt uiterst moeilijk)
4. Prestatie-eisen aan gemeentelijke gebouwen of gemeentelijk gesubsidieerde voorzieningen moeten gebaseerd zijn op full-lifecycle costing
(ontwerp- en bouwkosten + exploitatiekosten + onderhouds- renovatie- en vervangingskosten + end-of-life kosten)
5. Voorbeeldfunctie:
Aan gemeentelijke investeringen en gemeentelijk gesubsidieerde of ondersteunde voorziening worden geen concessies gedaan ten aanzien van energieprestaties en duurzaamheid. De gemeentelijke handelwijze mag geenszins een excuus vormen voor de private investeerder om af te zien van verduurzamingsmaatregelen. Duurzaamheidsprestaties zijn altijd beter dan de prestatie-eisen die regelgeving (o.a. Bouwbesluit) stelt te boven. De bouwregelgeving gaat altijd uit van minimum eisen. Duurzaamheid wordt zelden bereikt met minimum eisen. Minimum eisen zijn geenszins optima en werken altijd in het nadeel van de bewoner/eigenaar.
6. Stimuleer en begunstig de investeringen in energiebesparende maatregelen
6.1. Ter voorkoming van energiearmoede mogelijkheden creëren om met name de lagere inkomens de mogelijkheden te verruimen voor investeringen in energiebesparende maatregelen. Door de stijgende energielasten wordt het aandeel in de woonlasten onevenredig groot bij een hoog energiegebruik waardoor het besteedbare inkomensdeel tot onder het minimum daalt: er ontstaat “energie-armoede”.
Een gemeentelijke tegemoetkoming in de investeringskosten ter reductie van de energielasten kan voorkomen dat een beroep gedaan moet worden op sociale ondersteuning.
6.2. Gemeentelijk investeringsfonds ter bevordering van duurzaamheidsmaatregelen voor particuliere eigenaren en huurders. (zeker in relatie ter voorkoming van energiearmoede). In onze regio hebben de gemeenten Venlo en Roermond hebben al een fonds voor deze toepassing ingericht.
Eveneens kan overwogen worden met dit fonds het minima mogelijk te maken ook te laten participeren, d.w.z. mede-eigenaar te worden, in collectieve energievoorzieningen.
6.3. Een aangepaste WOZ heffing voor bijzonder energiezuinige woningen.
De woningwaarde stijgt, de WOZ inkomsten stijgen daarmee, een woning met een goede energieprestatie heeft een hogere marktwaarde, de hogere WOZ-waarde voor de zeer energiezuinige woning (<40kWh/m2 GO voor verwarming en koeling) mag niet tot een hogere heffing leiden.
6.4. Geen of sterk gereduceerde legeskosten voor vergunning plichtige duurzaamheidsvoorzieningen
(de Coöperatie Duurzaam Maasgouw heeft onlangs een herhaald voorstel hiertoe ingediend. We doen u graag deze aanvraag toekomen)
7. Maximale afname van lokaal collectief opgewekte hernieuwbare energie voor gemeentelijke voorzieningen.
Afname van “lokaal opgewekte” groene stroom door de gemeente wordt niet alleen een bepaalde afname garantie gegeven, maar vooral ook een voorbeeld gegeven aan de inwoners van Maasgouw.
8. Walaansluitingen voor beroeps- en pleziervaart uitsluitend op basis van groene stroom
9. Maximale ondersteuning van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw
voor de realisatie van de WTM (Warmte Transitie Maasgouw) in de praktijk:
Maximale ondersteuning voor promotie, voorlichting, advisering en klantbegeleiding tot realisatie van duurzaamheidsmaatregelen.
In navolging van de omliggend gemeenten Roerdalen, Echt-Susteren, Weert en Leudal, moet de Gemeente Maasgouw ook de Coöperatie Duurzaam Maasgouw jaarlijks een (project-)budget inruimen, voor de uitvoering van haar activiteiten t.b.v. de verduurzaming van de gemeente Maasgouw.

 

Deze lijst met de Coöperatie Duurzaam Maasgouw-suggesties beoogd niet volledig te zijn, en willen we graag aanvullen met nieuwe voorstellen of inzichten.
Dit is het voorstel dat wij op 16 september samengesteld hebben en aan alle lokale politieke hebben doen toekomen.

het wordt weer warmer en vochtiger: ventileren !

het wordt weer warmer en vochtiger: goed ventileren !

Afgelopen weken hadden we weer eens temperaturen onder nul. Woonkamer, keuken, douche of badkamer waren aangenaam warm. Dat hopen we althans voor u.
Maar de bij-ruimtes, zoals garages, bergingen, schuurtjes, heeft u wellicht net vorstvrij gehouden? Daarvan zijn de wanden, kasten, apparatuur die daar staat, enz. relatief koud. Ze voelen niet alleen koud aan, ze zijn het ook.
Buiten stijgt de temperatuur weer boven nul tot zelfs 10 graden of nog meer. Gelijktijdig neemt echter ook de luchtvochtigheid toe.
Die vochtige lucht (met de hoeveelheid vocht die daarin meegedragen wordt) komt ook naar binnen – in de binnenlucht van die garage, berging, schuurtje . Dit vocht in de lucht condenseert tegen de nog koude oppervlakken van muur, vloer, plafond, kast, kastinhoud, etc.

Daarom: ventileer extra goed in die “koude” ruimtes. Voorkom dat die luchtvochtigheid condenseert en vochtplekken en schimmel veroorzaakt! Zorg dat het vocht afgevoerd wordt, weggeblazen wordt.

Voorbeeld:
(Lang niet iedereen is van deze cijfertjes. Helemaal niet erg. U hoeft niet op de cijfertjes te letten, als u maar inziet dat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten, maar dat er aan elke temperatuur een maximum zit dat de lucht kan opnemen. Denk aan het koude glas in het raam, waar tegen uw adem condenseert.)

Stel de wandjes van de bezemkast of gereedschapskast, of de vloer in de berging hebben een oppervlakte-temperatuur van 8 graden, en het voorjaarszonnetje laat de lucht-temperatuur plots oplopen tot 17 graden! En buiten kan, met smeltende sneeuw, regen of mist, de luchtvochtigheid dan gemakkelijk oplopen tot 85%. Die lucht bevat dan een dampdruk van 1645 Pascal (ofwel, bevat 12,6 gram vocht per m3 lucht.) (1645Pascal = 16,45 millibar)
Maar bij 8 graden kan de lucht maximaal 8,4 gram vocht per m3 bevatten en dat komt overeen met een dampdruk van slechts 1072 Pascal. Daarvoor mag de relatieve vochtigheid van de lucht in de berging maximaal 55% bedragen.
Gevolg: De warme, natte buitenlucht condenseert tegen die koudere oppervlakken. Daardoor natte en gladde tegelvloeren, spaanplaat die zal gaan kwellen, hout dat vocht opneemt, schimmelvorming, roestvorming op metalen oppervlakken, …

Dan is het zaak krachtig te ventileren óf….. er voor te zorgen dat alles in die ruimte warmer wordt: alles een hogere oppervlaktetemperatuur krijgt.
Door krachtig te ventileren brengt u veel vocht weer naar buiten. Door de ruimte te verwarmen brengt u ook de temperatuur van alles in die ruimte weer omhoog. Dat duurt even voordat alles weer door en door voldoende warm is. In het voorbeeld zou dat dus minimaal 15 graden moeten zijn.
Laat daarom ook bijvoorbeeld slaapkamers niet te koud worden! 15 minuten per dag goed luchten is voldoende. In ieder geval zouden (in deze weercondities) de muren, plafonds, vloeren, meubels en beddengoed, niet kouder dan 15 graden mogen worden!

 

Aantal brandmeldingen in 2020 met 25% gestegen

Aantal brandmeldingen in 2020 met 25% gestegen door corona

Dan kun je nog zo duurzaam gebouwd hebben en bewust duurzame keuzes maken. Een brand vernietigt niet alleen bezittingen die je dierbaar zijn, brand vervuilt ook lucht en grondwater. Maar waar we nog veel te weinig bij stilstaan is dat een brand een vroegtijdig einde maakt aan de levensduur van veel producten, materialen en waardevolle grondstoffen. Alle intenties om vooral “circulair” te willen zijn gaan letterlijk in rook op.  Brand maakt korte metten met de grondslagen voor een duurzamere samenleving en milieu.
Brand belast het milieu en legt dus een extra en onnodig beslag op (zeldzame en/of kostbare) grondstoffen. Brand heeft een enorme sociale en economische impact. De verzekering dekt de schade van het bouwwerk, maar niet de schade die de duurzaamheid heeft opgelopen.
Duurzaamheid rust op 3 pijlers: een ecologische (milieu), een sociale en een economische pijler. Brand tast alle 3 die pijlers aan.

Brandveilig bouwen, en waar mogelijk met zoveel mogelijke onbrandbare materialen, draagt bij aan een duurzamere wereld.
Tot zover mijn persoonlijke toevoeging bij het  bericht/artikel in Risk & Business:

Het aantal brandmeldingen in Nederland is dit jaar met 25% gestegen. Ten opzichte van voorgaande jaren zijn er tijdens de coronacrisis meer meldingen van kleine branden geweest bij de brandweer. Waar er normaal gesproken rond de 440 meldingen per maand zijn, ligt dit aantal in 2020 op 550 meldingen per maand. Een flinke toename dus, zo blijkt uit een onderzoek van Pricewise.
Lees het volledig artikel van Risk & Business.

Chris Hamans, voorzitter Coöperatie Duurzaam Maasgouw.

Tropische hitte en de binnentemperatuur

Tropische hitte en de binnentemperatuur

Afgelopen dagen waren inderdaad extreem warm. Niet alleen overdag, ook ‘s nachts. De woning werd en bleef warm. Ook buiten koelde het ‘s nachts niet af. Dan werkt nachtelijke koeling door dwarsventilatie ook niet. Na twee dagen al, klaagden veel mensen over de hitte die ook tot woonkamer en slaapkamer doorgedrongen was. Slapeloze nachten slopen je, en zijn slecht voor je humeur en je bloeddruk.
Ik heb het vaak gehoord in deze hitte: “de goed geïsoleerde woningen zijn er schuld aan, dat het binnen niet meer te harden is. De goed geïsoleerde woning is ’s zomers niet comfortabel, niet leefbaar: temperaturen in huis hoger dan 26 graden.” Onterecht en onjuist.

Geef niet de isolatie – in gevels en daken – de schuld, maar kijk eens naar de ramen! En dan naar de interne warmteproductie in een woning.
De hoeveelheid energie die door 1 m2 raam verdwijnt is vele malen groter dan de hoeveelheid energie die door 1 m2 gevel stroomt. Niet alleen in de winter.
Dat geldt ook in de zomer. De energie stroomt dan in de andere richting omdat het dan buiten warmer is dan binnen. Een thermosfles is ook niet selectief: je kunt er drankjes mee warm houden, maar net zo goed ook koel houden. De warmtestroom naar buiten wordt op een zelfde manier vertraagd als de warmtestroom naar binnen. Isolatie werkt in beide richtingen.
Maar in een woning met ramen, zijn de ramen de zwakste schakels in de gebouwschil. Die lekken “warmte” naar binnen en naar buiten. En dan hebben we het alleen over het temperatuurverschil tussen binnen en buiten. Niet eens over de directe straling van de zon, die zonder zonwering en de bijdrage van reflecterende coatings op het glas, via een raam binnendringt en door vloer en/of wand geabsorbeerd wordt: “omgezet wordt in warmte”.
Punt is, dat zelfs zonder directe zoninstraling, het raam als zwakste schakel in de gevel veel meer “warmte binnen laat” dan de muren van een gevel.
Uit onderstaande tabel is af te lezen dat zelfs een minimaal (na-)geïsoleerde spouwmuur, ruim tweemaal (2,2) beter isoleert dan de beste driedubbele beglazing. Of meer concreet: 1 m2 raam met driedubbele beglazing laat ruim 2 maal meer energie door dan 1m2 na-geïsoleerde spouwmuur (met 60 mm spouw, gevuld met isolatie).

tabel die laat zien hoeveel meer energie 1m2 raam doorlaat dan 1m2 spouwmuur. Verschillende beglazingstypen versus verschillend geïsoleerde spouwmuren.

Nogmaals: het maakt de gevel en het raam niet uit of de warmtestroom naar buiten of naar binnen gaat. In het stookseizoen, kost u dat per m2 glasoppervlak enkele m3 aardgas die daarvoor bijgestookt moeten worden. (9 tot 34 m3 aardgas per m2 afhankelijk van het type beglazing; zie tabel) Maar ‘s zomers zou een airco (of warmtepomp) moeten koelen om de ongewenste energie (warmte) weer naar buiten te brengen. En aangezien die airco (of warmtepomp) met veel minder rendement kan koelen dan een HR-ketel verwarmen kan, vergt dat uiteindelijk ca. 3 tot 5 maal meer energie (elektriciteit) dan de hoeveelheid energie die naar binnen was gelekt. Voor uw comfort de aarde dan nog meer opwarmen?

Zonder ramen kan niet, mag niet. Of we willen of niet, het blijven de zwakste plekken in de gebouwschil. In de winter en in de zomer. Dat moet je accepteren (met de huidige stand der techniek)
Wat kan er dan nog gedaan worden om “de schade te beperken”? Vanzelfsprekend: de beste prestatie voor je ramen kiezen. Dat is driedubbele-triple beglazing met geïsoleerde kozijnen. Goed voor de winter en de zomer. En dan vooral de directe zoninstraling op een raam proberen te voorkomen.

Een goede zonwering dus. Daarvoor zijn er veel systemen en producten beschikbaar. Maar denk daarbij ook aan natuurlijke begroeiing: bomen en struiken. Die zorgen niet alleen voor schaduw, maar ook nog voor een koelend vochtig micro-klimaat.rooster met jasmijn zorgt voor schaduw op raamMet een bladverliezende beplanting behoudt u in winterdag nog de winst van de (winter-)zon instraling. En, als dat nog mogelijk is, zijn ook bouwkundige maatregelen heel effectief: ramen onder brede dak-overstekken, brede balkons en luifels (al dan niet met begroeiing)
Hou door middel van begroeiing of water ook rond huis of woning de temperatuur lager.
Met verontschuldiging voor mijn kwalificatie, maar een “kattenbakvulling” van grind of split in uw voortuin of een volledig betegelde tuin of oprit in de volle zon, jaagt de buitentemperatuur voor uw raam alleen maar nog hoger op!
Daarnaast is het goed om bij tropische temperaturen kritisch te kijken naar alle bronnen van interne warmteproductie: LED-verlichting draagt minimaal bij aan die ongewenste verwarming in huis. Laat TV, audio en PC, laptop en trafo’s niet onnodig ingeschakeld. En misschien even niets in de oven als het zo warm is. In plaats van de wasdroger kan misschien de buitenlucht ook nog eens veel effectiever zijn.

Daarom: isolatie is goed om de ongewenste energiestromen in zowel de winter als in de zomer te beperken. Dat doet ook HR++ glas en driedubbele beglazing. Maar feit blijft nu eenmaal dat het raam dan nog altijd de zwakste plek in de gevel is. Het is niet anders.

Chris Hamans, Coöperatie Duurzaam Maasgouw

 

 

zie voor meer nieuwsberichten:  https://duurzaammaasgouw.nl/home/nieuwsberichten/

 

Duurzame materiaalkeuze: vergeet brandveiligheid niet

Tegenwoordig ontwikkelt een brand zich 5 tot 10 keer sneller dan in de jaren vijftig.  Er is meer brandbaar materiaal (brandstof) aanwezig in een gebouw. Denk hierbij aan meubilair, stoffering, kunststofcoatings en laminaten. En dan zijn onze woningen veel luchtdichter gemaakt en goed geïsoleerd, waardoor bij brand de temperatuur heel snel en veel hoger oploopt.
Hoe een gebouw presteert of reageert bij een brand heeft daarmee een grote invloed op de veiligheid van bewoners en gebruikers van gebouwen, en op de veiligheid van de first-responders, de mensen die de brand als eerste proberen te bestrijden.

Brandbare materialen kunnen bijdragen aan de verspreiding van een brand en kunnen giftige rook produceren, wat enorme risico’s met zich meebrengt voor mensen in een gebouw.
Iedereen verdient een veilige omgeving. Waar u ook woont, werkt, speelt of leert: veiligheid staat voorop. Voor nieuwbouw, maar zeker ook voor verbouwingen en aanpassingen bij een (thermische) renovatie van een woning of van een gebouw in het algemeen, zijn niet-brandbare bouwmaterialen de juiste keuze.
Denk hierbij niet alleen aan de keuze van isolatiematerialen (onbrandbaar, geen rook of gasvorming, geen druppels van gesmolten materiaal), maar ook aan de afwerking van muren, plafonds en van gevels.

Dat is ook duurzaamheid. Duurzaam zijn kan alleen, als je keuzes ecologisch, economisch en sociaal verantwoord zijn. En veiligheid en gezondheid zijn criteria in die sociale component van duurzaamheid. Veiligheid en gezondheid begint dus met een veilige materiaal keuze. En met niet-brandbare (onbrandbare) materialen haal je geen extra brandstof in huis (dus geen brandbijdrage), maar ook geen bron voor gas- of rookvorming. Wel zo veilig en wel zo duurzaam!