Tijdelijk geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden?

Motie in Tweede Kamer om tijdelijk geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan.

Dit artikel werd integraal overgenomen uit SolarMagazin, 23-5-2019

Tweede Kamerleden Carla Dik-Faber (ChristenUnie), Antoinette Laan-Geselschap (VVD) en Erik Ronnes (CDA) hebben een motie ingediend om voorlopig geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan.

De 3 leden van de Tweede Kamer willen dat decentrale overheden in aanloop naar het opstellen van de Regionale Energiestrategieën (red. die opgesteld worden als onderdeel van het Klimaatakkoord) geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden goedkeuren en lopende toetsen aan de ophanden zijnde zonneladder.

De motie, waarover aanstaande dinsdag gestemd wordt, luidt als volgt:

  • constaterende dat het CBS concludeert dat zon op land veel sneller is gegroeid dan zon op dak; 
  • overwegende dat het kabinet naar aanleiding van de motie-Dik-Faber c.s. werkt aan een zonneladder en de verankering daarvan in de Nationale Omgevingsvisie;
  • overwegende dat 95 procent van het dakpotentieel nog niet is benut, onder andere omdat regelgeving nadelig uitwerkt voor zon op dak;
  • overwegende dat er behalve op daken nog veel mogelijkheden zijn voor zonneparken op vuilstorten en langs snelwegen, bijvoorbeeld;
  • verzoekt de regering, er met de decentrale overheden voor te zorgen dat er in de aanloop naar de Regionale Energiestrategieën geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden worden goedgekeurd en lopende vergunningen te toetsen aan de ophanden zijnde zonneladder;
  • verzoekt de regering tevens, de Kamer hierover en over aanpassing van regelgeving voor 1 juli 2019 te informeren en daarbij tevens aan te geven op welke wijze kaders conform de zonneladder worden meegegeven aan de Regionale Energiestrategieën.’

Zonneladder

De Tweede Kamer nam vorig jaar al een motie aan van Carla Dik-Faber (ChristenUnie) die voorzag in een nationaal afwegingskader en een zonneladder voor zonne-energieprojecten, en meer specifiek voor zonneparken.

Nationale Omgevingsvisie.

Faber diende de nieuwe motie om tijdelijk te stoppen met het vergunnen van zonneparken op natuur- en landbouwgronden, in tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

De motie kwam Faber direct op kritische vragen te staan van het Kamerlid Jessica van Eijs (D66). ‘Legt u met uw motie niet de hele toename van zonneproductie stil, terwijl we nog zo’n eind te gaan hebben? Binnen een jaar moeten we immers onze hernieuwbare-energieproductie verdubbelen’, diende Eis Faber van repliek.

Als hagelslag over het land.

Faber stelde op haar beurt de laatste te willen zijn die tornt aan de doelen voor groene energie of de groene-energieproductie wil stilleggen. ‘Ik constateer alleen dat we nu de procedures niet op orde hebben en dat zonneparken als hagelslag over het land worden uitgestrooid, waardoor zonneparken ook weerstand kunnen creëren. Mijn oproep is: laten we nou zorgen dat het instrumentarium op orde is en dat de regelgeving op orde is, zodat we maximaal zon kunnen realiseren op de plekken waar we het wel willen hebben en dat we landbouwgrond en natuurgrond pas in allerlaatste instantie inzetten. Nu is dat de wereld op z’n kop, want het gebeurt precies andersom. Dus ik wil heel graag groene energie, maar dan wel in de goede volgorde.’

Faber diende en passant ook nog een motie in en verzoekt de regering ‘de cumulatieve effecten van de Regionale Energiestrategieën op natuur en landschap te toetsen’. Dit omdat ‘een nationaal ruimtelijk afwegingskader voor de inpassing van duurzame energie, zoals de zonneladder, vooralsnog ontbreekt’. Ook over deze motie wordt aanstaande dinsdag in de Tweede Kamer gestemd.

Minister Ollongren: geen nieuwe vergunningen tot RES’en af zijn.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer heeft ook verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – die vorig jaar na een motie al stelde zorgvuldige afweging belangrijk te vinden – direct gereageerd op de ingediende moties.

‘We moeten daken en gevels natuurlijk als eerste benutten en niet te gemakkelijk allerlei grond opofferen voor dit soort zaken’, aldus de minister tijdens het debat in de Tweede Kamer. ‘Naar aanleiding van de eerdere motie hebben we daarom heel veel overleg gevoerd met regionale overheden, netbeheerders, de agrarische sector en natuur- en milieuorganisaties, specifiek de zonnepaneelsector, als ik die zo mag noemen. In de ontwerp-NOVI die er voor de zomer aan komt, wil ik een voorkeursvolgorde opnemen voor zonnepanelen. Die voorkeursvolgorde wordt meegenomen in de RES’en, de Regionale Energiestrategieën. Ook wordt deze voorkeursvolgorde getoetst in het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. Om die lijn te bevorderen, zullen dus regels en subsidie-instrumenten moeten worden gewijzigd. Ik vind het belangrijk om vooruitlopend op die RES’en, want die moeten er dan nog aan komen, te zorgen dat het de goede kant opgaat. Daarom wil ik bestuurlijke afspraken maken met de mede-overheden, zodat we voordat we de RES’en hebben, inderdaad geen nieuwe vergunningen afgeven.’

De minister heeft ten slotte aangegeven het oordeel over de motie aan de Tweede Kamer te laten.

Holland Solar trachtte motie te voorkomen

Brancheorganisatie Holland Solar laat weten getracht te hebben de indiening van de motie door Dik-Faber te voorkomen. Manager Beleid Amelie Veenstra: ‘Een groot deel van de Tweede Kamer lijkt overtuigd dat deze motie nodig is. Wij betreuren het dat deze motie ingediend is, omdat wij op de achtergrond juist volop werken aan instrumenten om zonneparken op de maatschappelijk gewenste manier uit te rollen. Daarbij is het nu de vraag of de ambities in het ontwerp Klimaatakkoord via de Regionale Energie Strategieën wel gehaald kunnen worden. Met onze achterban zullen wij nog deze week overleg voeren over hoe we om zullen gaan met deze motie die naar alle waarschijnlijkheid komende week aangenomen wordt. We gaan er alles aan doen om een dergelijke stop op de uitrol van zonneparken op landbouwgrond te voorkomen en de schade te beperken. Ook veel gemeenteambtenaren zullen hier een punthoofd van krijgen: zij moeten aan de bak om lokaal te bepalen waar en onder welke voorwaarden zonneparken en windmolens komen. Dat strookt niet met een dergelijk verbod vanuit het Rijk. Het gaat ook voorbij aan de talloze boeren die juist kiezen voor de exploitatie van een zonnepark op gronden die weinig opbrengen, zoals geoxideerde veenweidegrond.’

Tijdpad Regionale Energiestrategieën (RES)

Dit jaar moeten de 30 regio’s een concept-RES gemaakt hebben en worden de plannen ‘geschakeld’ met de nationale opgave en afgewogen met het gemeentelijk en provinciaal omgevingsbeleid. Minister Wiebes stelde daarbij eerder al dat indien blijkt dat het de regio’s onvoldoende gelukt is om tot een regionale invulling van de opgave te komen, er een met de decentrale overheden te ontwikkelen verdeelsystematiek wordt toegepast. Daarmee zou het kabinet dus ook taakstellingen voor zonne-energie kunnen gaan opleggen.

Eind 2019 moet iedere regio een concept-versie van de RES opleveren, te weten 6 maanden na ondertekening van het definitieve Klimaatakkoord. In het stappenplan tot en met 12 maanden na ondertekening van het Klimaatakkoord worden namelijk verschillende fasen onderscheiden. In de eerste fase van 6 maanden worden de concept-versies van de RES’en opgeleverd en weer 6 maanden later de definitieve versies. Vervolgens begint de inpassing van regionale plannen in het omgevingsbeleid van provincies, gemeenten en waterschappen en worden afspraken gemaakt met bedrijfsleven en energiepartijen over uitvoering van projecten.