Kies voor brandveiligheid

Tegenwoordig ontwikkelt een brand zich 5 tot 10 keer sneller dan in de jaren vijftig. Gebouwen, inrichting en materialen zijn veranderd.

Brandstof

Er is meer brandbaar materiaal (brandstof) aanwezig in een gebouw. Denk hierbij aan meubilair, stoffering, kunststofcoatings en laminaten. Meubilair bevat veel kunststofschuim en de afwerking bestaat meestal voor een aanzienlijk deel uit kunststofvezels. Dat geldt ook voor vloerbedekkingen, gordijnen,rolgordijnen, zonnescreens, etc. Maar ook de kunststof oppervlakken op kliklaminaten, op meubelplaten (van lasten, keukens, etc. en op plafondschroten of plafondplaten.
Al die kunstofoppervlakken hebben in het gunstigste geval misschien een kleine brandweerstand tegen een brandende sigarettenpeuk, maar bij iets hogere en langer aanhoudende temperaturen ontleden deze kunststoffen en wordt het pure brandstof die voeding geeft aan een brandje.

Luchtdicht en goed geïsoleerd, maar dat stelt weer nieuwe eisen

En dan zijn onze gebouwen veel luchtdichter gemaakt en goed geïsoleerd. Immers, we willen geen energie door kieren en slecht geïsoleerde muren, vloeren en daken verloren laten gaan.  Maar hiermee kunnen alle hete gassen afkomstig uit dat beginnende brandje en uit die voorgenoemde kunststoffen en de opgewarmde lucht niet naar buiten ontsnappen. Hierdoor loopt bij een bij een brand de temperatuur heel snel en heel hoog op.  Met die snel oplopende temperatuur komen steeds meer dampen en gassen – meestal zeer schadelijke gassen – vrij uit steeds meer materialen en goederen in een ruimte. Die heter en heter wordende gassen vormen een tegen het plafond steeds dikker worden gaslaag. Die gaslaag is levensgevaarlijk: inademen veroorzaakt bij inademen schade aan longwegen en longen, door de hoge temperatuur en hun toxiciteit (giftigheid). En dan kan die laag hete en brandbare gassen bovendien heel explosief worden. Dat is de z.g. flashover, waarbij die gaslaag ontploft en een hele ruimte met een vuurbol vult.
Brandbare materialen kunnen dus bijdragen aan de verspreiding van een brand en kunnen giftige rook produceren, wat enorme risico’s met zich meebrengt voor mensen in een gebouw.

Veiligheid voor bewoners, gebruikers, hulpverleners en brandweer

Nu niet gaan denken dat isoleren en luchtdicht maken veel te gevaarlijk is! Door consequent en welbewust materialen te kiezen en een goede opbouw van de lagen in een constructie, in een bouwdelen als muren, vloeren en plafonds, kan heel brandveilig gebouwd worden.
Hoe een gebouw presteert of reageert bij een brand heeft daarmee een grote invloed op de veiligheid van bewoners en gebruikers van gebouwen, en op de veiligheid van de first-responders, de mensen die de brand als eerste proberen te bestrijden.
Iedereen verdient een veilige omgeving. Waar u ook woont, werkt, speelt of leert: veiligheid staat voorop. Voor nieuwbouw, maar zeker ook voor verbouwingen en aanpassingen bij een (thermische) renovatie van een woning of van een gebouw in het algemeen, zijn
niet-brandbare bouwmaterialen de juiste keuze.
Denk hierbij dus niet alleen aan de keuze van isolatiematerialen (onbrandbaar, geen rook of gasvorming, geen druppels van gesmolten materiaal), maar ook aan de afwerking van muren, plafonds, daken en van gevels.
Naast het brandgedrag van bouwmaterialen wordt gekenmerkt door:

  • de mate van brandbaarheid
  • de mate van rookontwikkeling
  • de mate van druppelvorming door smeltend materiaal

Meer daarover in Europese brandklassen voor bouwmaterialen.

Zonder brandveiligheid geen duurzaamheid

Duurzaam zijn kan alleen, als de keuze voor materialen ecologisch, economisch en sociaal verantwoord is. En veiligheid en gezondheid zijn criteria in die sociale component van duurzaamheid. Veiligheid en gezondheid begint dus met een veilige materiaalkeuze. En met niet-brandbare (onbrandbare) materialen haal je geen extra brandstof in huis (dus geen brandbijdrage), maar ook geen bron voor gas- of rookvorming. Wel zo veilig en wel zo duurzaam!