Eind dit jaar weer subsidie SEEH voor eigen huis

Eind dit jaar kunnen woningbezitters weer gebruik maken van de subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH). Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

De voorwaarden voor de subsidie worden naar verwachting eind augustus bekend gemaakt in de Staatscourant. Wel is al duidelijk dat een woningeigenaar minimaal twee grote energiebesparende werkzaamheden moet uitvoeren in de woning. Ook moet de subsidie achteraf worden aangevraagd, dus na het uitvoeren van de werkzaamheden, en betreft het alleen maatregelen die na de officiële publicatie van de regeling zijn uitgevoerd. De regeling is niet van toepassing op woningen waar al eerder gebruik gemaakt is van de SEEH. Naar verwachting kunnen bewoners vanaf eind augustus de subsidie aanvragen.

Subsidie energiebesparing tot 2020

Wie gebruik wil maken van de subsidie zal waarschijnlijk snel moeten zijn. De subsidiepot die de overheid in 2016 beschikbaar stelde, was in rap tempo leeg. Voor de nieuwe regeling stelt de overheid tot en met 2020 82 miljoen euro ter beschikking. Daarna zullen subsidies voor isolerende maatregelen onderdeel worden van de investeringssubsidie duurzame energie (ISDE).


In 2018 daalde de CO2-uitstoot in de EU

eerste ramingen van CO2-emissies door energieverbruik

Grootste afname van de CO2-uitstoot in Portugal en Bulgarije, de grootste stijging in Letland. In Nederland was de CO2-uitstoot door energiegebruik in 2018  4,6% minder dan in 2017.

Eurostat, het statistisch bureau van de EU, publiceerde op 8 Mei 2019, de eerste raming van de CO2 emissies.
Volgens die ramingen van Eurostat daalde de CO2-uitstoot in 2018 in de meeste EU-lidstaten, met de hoogste
daling in Portugal (-9,0%), gevolgd door Bulgarije (-8,1%), Ierland (-6,8%), Duitsland (-5,4%),
Nederland (-4,6%) en Kroatië (-4,3%).
Een toename van CO2-emissies werd geregistreerd in acht lidstaten: Letland (+ 8,5%), voor Malta (+ 6,7%), Estland (+ 4,5%), Luxemburg (+ 3,7%), Polen (+ 3,5%), Slowakije (+ 2,4%), Finland (+ 1,9%) en Litouwen (+ 0,6%).

grafiek - CO2 emissies 2018 t.o.v. 2017 tgv energiegebruik

Duurzame materiaalkeuze: vergeet brandveiligheid niet

Tegenwoordig ontwikkelt een brand zich 5 tot 10 keer sneller dan in de jaren vijftig.  Er is meer brandbaar materiaal (brandstof) aanwezig in een gebouw. Denk hierbij aan meubilair, stoffering, kunststofcoatings en laminaten. En dan zijn onze woningen veel luchtdichter gemaakt en goed geïsoleerd, waardoor bij brand de temperatuur heel snel en veel hoger oploopt.
Hoe een gebouw presteert of reageert bij een brand heeft daarmee een grote invloed op de veiligheid van bewoners en gebruikers van gebouwen, en op de veiligheid van de first-responders, de mensen die de brand als eerste proberen te bestrijden.

Brandbare materialen kunnen bijdragen aan de verspreiding van een brand en kunnen giftige rook produceren, wat enorme risico’s met zich meebrengt voor mensen in een gebouw.
Iedereen verdient een veilige omgeving. Waar u ook woont, werkt, speelt of leert: veiligheid staat voorop. Voor nieuwbouw, maar zeker ook voor verbouwingen en aanpassingen bij een (thermische) renovatie van een woning of van een gebouw in het algemeen, zijn niet-brandbare bouwmaterialen de juiste keuze.
Denk hierbij niet alleen aan de keuze van isolatiematerialen (onbrandbaar, geen rook of gasvorming, geen druppels van gesmolten materiaal), maar ook aan de afwerking van muren, plafonds en van gevels.

Dat is ook duurzaamheid. Duurzaam zijn kan alleen, als je keuzes ecologisch, economisch en sociaal verantwoord zijn. En veiligheid en gezondheid zijn criteria in die sociale component van duurzaamheid. Veiligheid en gezondheid begint dus met een veilige materiaal keuze. En met niet-brandbare (onbrandbare) materialen haal je geen extra brandstof in huis (dus geen brandbijdrage), maar ook geen bron voor gas- of rookvorming. Wel zo veilig en wel zo duurzaam!

Verbruik groene energie verder toegenomen

Geplaatst: 4 juni 2019

DEN HAAG – Het verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen als zon, wind en biomassa in Nederland is vorig jaar verder toegenomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is hernieuwbare energie goed voor 7,4 procent van het totale verbruik. Dit was een jaar eerder nog 6,6 procent.

De grootste groei werd gemeten in zonne-energie. Het verbruik daarvan steeg met 40 procent, wat samenhing met een flinke toename in de capaciteit van zonnepanelen. Met 13 petajoule is de bijdrage van zonne-energie nog wel beperkt, afgezet tegen de 158 petajoule die alle hernieuwbare energiebronnen samen leverden. In totaal werd in Nederland vorig jaar 2100 petajoule aan energie verbruikt.

Biomassa is in Nederland nog de grootste bron van hernieuwbare energie. De vergisting, verbranding of vergassing van biologische materialen was in 2018 goed voor 61 procent van alle groene energie. Op jaarbasis betekende dit een toename van het verbruik met 13 procent tot 96 petajoule uit biomassa. Het verbruik van energie uit wind nam met 4 procent toe tot 36 petajoule.

Voorgestelde wijziging Bouwbesluit omvat geluidseisen buitenunits

Buitenunits van luchtwarmtepompen en airco’s mogen in de toekomst maximaal 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Deze regel, die al eerder was aangekondigd, hoort tot een reeks wijzigingen aan het Bouwbesluit die minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) afgelopen week als voorstel naar de Eerste en Tweede Kamer stuurde.

dit bericht werd integraal overgenomen uit de NIEUWSBRIEF van het vakblad WARMTEPOMPEN

In het ontwerpbesluit van de minister worden uiteenlopende wijzigingen aan het Bouwbesluit voorgesteld, variërend van regels rond elektrisch leidingwerk, tot aanpassingen aan veiligheidsafstanden bij bouw- en sloopplaatsen. De nieuwe regels die geluidsoverlast door warmtepompen moeten beperken, worden opgenomen in artikel 3 van het Bouwbesluit.

Beperking van ‘geluidsniveau op perceelgrens’

Het stuk dat naar de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd bevat als voorstel de volgende toevoeging aan dat artikel:

“Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel met, of dat bestemd is voor, een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB …”

Een soortgelijke drempel van 40 dB wordt daarbij voorgesteld ten aanzien van buitenunits die zijn geplaatst “ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie”.

Verdere procedure

De volgende stap in de procedure is nu dat de Raad van State advies over de wijzigingsvoorstellen zal geven, waarna ze in de Tweede en Eerste Kamer worden ingediend. Naar verwachting zullen de voorgestelde wijzigingen ingaan op 1 januari 2020.

Het document met de voorgestelde wijzigingen aan het Bouwbesluit kan hier (als PDF) worden gedownload.

Tweede Kamer heeft gestemd: zonneparken toetsen aan zonneladder

bericht overgenomen uit de NIEUWSBRIEF van SOLAR MAGAZINE

De Tweede Kamer heeft de gewijzigde motie Faber aangenomen om nieuwe zonneparken te toetsen aan de nationale zonneladder of lokale afwegingskaders. Een stop op nieuwe vergunningen voor zonneparken is nu van de baan.

Carla Dik-Faber (ChristenUnie), Antoinette Laan-Geselschap (VVD) en Erik Ronnes (CDA) dienden afgelopen week een motie in om voorlopig geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan.

Noodkreet
Direct na het bekend worden van de oorspronkelijke motie volgde een lobby vanuit de zonne-energiesector om de aanname van de motie door de Tweede Kamer tegen te houden. Holland Solar slaakte samen met de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Energie-Nederland en Greenpeace Nederland een noodkreet. Zij informeerden de leden van de Tweede Kamer per brief dat de motie Faber om tijdelijk geen nieuwe vergunningen af te geven 3 tot 4 gigawattpiek aan zonneparken in gevaar zou brengen.

Toetsing
De motie Faber werd – mede door de ontstane commotie – eerder gewijzigd. Hierdoor blijft het voor decentrale overheden mogelijk om voor nieuwe zonneparken vergunningen af te geven. De herziene motie die nu is aangenomen, vraagt namelijk enkel om toetsing aan de nationale zonneladder (red. die binnenkort opgeleverd wordt) of aan een vergelijkbaar door decentrale overheden vastgesteld afwegingskader.

In de nu aangenomen motie verzoekt de Tweede Kamer de regering bovendien om haar voor 1 juli te informeren over aanpassing van regelgeving die moet zorgen voor een versnelling van de uitrol van zonnepanelen op daken. Daarbij wil men tevens weten op welke wijze kaders conform de zonneladder worden meegegeven aan de Regionale Energiestrategieën.

Tijdelijk geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden?

Motie in Tweede Kamer om tijdelijk geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan.

Dit artikel werd integraal overgenomen uit SolarMagazin, 23-5-2019

Tweede Kamerleden Carla Dik-Faber (ChristenUnie), Antoinette Laan-Geselschap (VVD) en Erik Ronnes (CDA) hebben een motie ingediend om voorlopig geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan.

De 3 leden van de Tweede Kamer willen dat decentrale overheden in aanloop naar het opstellen van de Regionale Energiestrategieën (red. die opgesteld worden als onderdeel van het Klimaatakkoord) geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden goedkeuren en lopende toetsen aan de ophanden zijnde zonneladder.

De motie, waarover aanstaande dinsdag gestemd wordt, luidt als volgt:

  • constaterende dat het CBS concludeert dat zon op land veel sneller is gegroeid dan zon op dak; 
  • overwegende dat het kabinet naar aanleiding van de motie-Dik-Faber c.s. werkt aan een zonneladder en de verankering daarvan in de Nationale Omgevingsvisie;
  • overwegende dat 95 procent van het dakpotentieel nog niet is benut, onder andere omdat regelgeving nadelig uitwerkt voor zon op dak;
  • overwegende dat er behalve op daken nog veel mogelijkheden zijn voor zonneparken op vuilstorten en langs snelwegen, bijvoorbeeld;
  • verzoekt de regering, er met de decentrale overheden voor te zorgen dat er in de aanloop naar de Regionale Energiestrategieën geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden worden goedgekeurd en lopende vergunningen te toetsen aan de ophanden zijnde zonneladder;
  • verzoekt de regering tevens, de Kamer hierover en over aanpassing van regelgeving voor 1 juli 2019 te informeren en daarbij tevens aan te geven op welke wijze kaders conform de zonneladder worden meegegeven aan de Regionale Energiestrategieën.’

Zonneladder

De Tweede Kamer nam vorig jaar al een motie aan van Carla Dik-Faber (ChristenUnie) die voorzag in een nationaal afwegingskader en een zonneladder voor zonne-energieprojecten, en meer specifiek voor zonneparken.

Nationale Omgevingsvisie.

Faber diende de nieuwe motie om tijdelijk te stoppen met het vergunnen van zonneparken op natuur- en landbouwgronden, in tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

De motie kwam Faber direct op kritische vragen te staan van het Kamerlid Jessica van Eijs (D66). ‘Legt u met uw motie niet de hele toename van zonneproductie stil, terwijl we nog zo’n eind te gaan hebben? Binnen een jaar moeten we immers onze hernieuwbare-energieproductie verdubbelen’, diende Eis Faber van repliek.

Als hagelslag over het land.

Faber stelde op haar beurt de laatste te willen zijn die tornt aan de doelen voor groene energie of de groene-energieproductie wil stilleggen. ‘Ik constateer alleen dat we nu de procedures niet op orde hebben en dat zonneparken als hagelslag over het land worden uitgestrooid, waardoor zonneparken ook weerstand kunnen creëren. Mijn oproep is: laten we nou zorgen dat het instrumentarium op orde is en dat de regelgeving op orde is, zodat we maximaal zon kunnen realiseren op de plekken waar we het wel willen hebben en dat we landbouwgrond en natuurgrond pas in allerlaatste instantie inzetten. Nu is dat de wereld op z’n kop, want het gebeurt precies andersom. Dus ik wil heel graag groene energie, maar dan wel in de goede volgorde.’

Faber diende en passant ook nog een motie in en verzoekt de regering ‘de cumulatieve effecten van de Regionale Energiestrategieën op natuur en landschap te toetsen’. Dit omdat ‘een nationaal ruimtelijk afwegingskader voor de inpassing van duurzame energie, zoals de zonneladder, vooralsnog ontbreekt’. Ook over deze motie wordt aanstaande dinsdag in de Tweede Kamer gestemd.

Minister Ollongren: geen nieuwe vergunningen tot RES’en af zijn.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer heeft ook verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – die vorig jaar na een motie al stelde zorgvuldige afweging belangrijk te vinden – direct gereageerd op de ingediende moties.

‘We moeten daken en gevels natuurlijk als eerste benutten en niet te gemakkelijk allerlei grond opofferen voor dit soort zaken’, aldus de minister tijdens het debat in de Tweede Kamer. ‘Naar aanleiding van de eerdere motie hebben we daarom heel veel overleg gevoerd met regionale overheden, netbeheerders, de agrarische sector en natuur- en milieuorganisaties, specifiek de zonnepaneelsector, als ik die zo mag noemen. In de ontwerp-NOVI die er voor de zomer aan komt, wil ik een voorkeursvolgorde opnemen voor zonnepanelen. Die voorkeursvolgorde wordt meegenomen in de RES’en, de Regionale Energiestrategieën. Ook wordt deze voorkeursvolgorde getoetst in het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. Om die lijn te bevorderen, zullen dus regels en subsidie-instrumenten moeten worden gewijzigd. Ik vind het belangrijk om vooruitlopend op die RES’en, want die moeten er dan nog aan komen, te zorgen dat het de goede kant opgaat. Daarom wil ik bestuurlijke afspraken maken met de mede-overheden, zodat we voordat we de RES’en hebben, inderdaad geen nieuwe vergunningen afgeven.’

De minister heeft ten slotte aangegeven het oordeel over de motie aan de Tweede Kamer te laten.

Holland Solar trachtte motie te voorkomen

Brancheorganisatie Holland Solar laat weten getracht te hebben de indiening van de motie door Dik-Faber te voorkomen. Manager Beleid Amelie Veenstra: ‘Een groot deel van de Tweede Kamer lijkt overtuigd dat deze motie nodig is. Wij betreuren het dat deze motie ingediend is, omdat wij op de achtergrond juist volop werken aan instrumenten om zonneparken op de maatschappelijk gewenste manier uit te rollen. Daarbij is het nu de vraag of de ambities in het ontwerp Klimaatakkoord via de Regionale Energie Strategieën wel gehaald kunnen worden. Met onze achterban zullen wij nog deze week overleg voeren over hoe we om zullen gaan met deze motie die naar alle waarschijnlijkheid komende week aangenomen wordt. We gaan er alles aan doen om een dergelijke stop op de uitrol van zonneparken op landbouwgrond te voorkomen en de schade te beperken. Ook veel gemeenteambtenaren zullen hier een punthoofd van krijgen: zij moeten aan de bak om lokaal te bepalen waar en onder welke voorwaarden zonneparken en windmolens komen. Dat strookt niet met een dergelijk verbod vanuit het Rijk. Het gaat ook voorbij aan de talloze boeren die juist kiezen voor de exploitatie van een zonnepark op gronden die weinig opbrengen, zoals geoxideerde veenweidegrond.’

Tijdpad Regionale Energiestrategieën (RES)

Dit jaar moeten de 30 regio’s een concept-RES gemaakt hebben en worden de plannen ‘geschakeld’ met de nationale opgave en afgewogen met het gemeentelijk en provinciaal omgevingsbeleid. Minister Wiebes stelde daarbij eerder al dat indien blijkt dat het de regio’s onvoldoende gelukt is om tot een regionale invulling van de opgave te komen, er een met de decentrale overheden te ontwikkelen verdeelsystematiek wordt toegepast. Daarmee zou het kabinet dus ook taakstellingen voor zonne-energie kunnen gaan opleggen.

Eind 2019 moet iedere regio een concept-versie van de RES opleveren, te weten 6 maanden na ondertekening van het definitieve Klimaatakkoord. In het stappenplan tot en met 12 maanden na ondertekening van het Klimaatakkoord worden namelijk verschillende fasen onderscheiden. In de eerste fase van 6 maanden worden de concept-versies van de RES’en opgeleverd en weer 6 maanden later de definitieve versies. Vervolgens begint de inpassing van regionale plannen in het omgevingsbeleid van provincies, gemeenten en waterschappen en worden afspraken gemaakt met bedrijfsleven en energiepartijen over uitvoering van projecten.

13 procent eengezinswoningen heeft zonnepanelen

WoonOnderzoek Nederland: 13 procent eengezinswoningen heeft zonnepanelen

bron: Solar Magazine, 17 april 2019

Van alle eengezinswoningen in Nederland is 13 procent uitgerust met zonnepanelen. Dit blijkt uit het WoonOnderzoek Nederland (WoON) dat uitgevoerd is in opdracht van de rijksoverheid.

Het WoON is voor de rijksoverheid en voor veel lokale overheden en belangenhouders de belangrijkste bron van informatie over de woonsituatie van Nederlandse huishoudens, hun wensen ten aanzien van het wonen en de woonomgeving en de keuzes die zij maken op de woningmarkt. Sinds 2006 wordt het WoON elke 3 jaar uitgevoerd. Voor het WoON 2018 zijn ruim 67.500 personen ondervraagd. De enquêteperiode liep van augustus 2017 tot en met april 2018.

Koop versus huur
De plaatsing van zonnepanelen blijft volgens het onderzoek in de huursector achter bij de koopsector. Van de eengezinskoopwoningen is 14 procent uitgerust met zonnepanelen. Bij huurwoningen ligt dit percentage lager. Binnen de huursector is het aandeel zonnepanelen bij woningen van woningcorporaties bovendien aanmerkelijk groter dan bij particuliere huurwoningen: te weten 9 procent versus respectievelijk 6 procent van de eengezinswoningen. Overall gezien is van alle eengezinswoningen in Nederland 13 procent uitgerust met zonnepanelen.

Bij appartementencomplexen is het aandeel zonnepanelen lager dan bij eengezinswoningen. Bij 4 procent van de huishoudens die in een appartement wonen, zijn op het woongebouw zonnepanelen geplaatst.

Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas

Warmtepomp bij tuincentrum

Naar nul op de meter bij tuincentrum Daniëls

Duurzaam Roerdalen op bezoek bij tuincentrum Daniëls in Roerdalen (Vlodrop).
Jan Schreurs van de Coöperatie Duurzaam Roerdalen interviewt Han Daniëls en Ruud Sniekers van Ingenieursbureau Sniekers uit Roermond, en geeft uitleg bij de warmtepomp voor verwarming van de kassen en verkoopruimte bij dit tuincentrum.
Bekijk en beluister de Youtube video.

Zeeën van duurzame energie – 5

Zeeën van duurzame energie – 5

Uit Technisch Weekblad; vrijdag 12 april 2019
auteur: Hans Buitelaar; donderdag 11 april 2019

Bluerise: Oceaanwarmte

OTEC (Ocean Thermal Energy Conversion) wekt elektriciteit op. Een vloeistof met een laag kookpunt wordt opgewarmd door het warme water aan de oppervlakte van de oceaan in tropische oorden. In gasvorm wordt de stof in een gesloten circuit langs een turbine geleid. Verderop in de kringloop, wordt deze damp weer gekoeld met zeewater van diep in de oceaan. De vloeistof condenseert weer en loopt terug naar het bassin waar hij opnieuw verwarmd wordt. Deze simpele kringloop heeft verder alleen een pomp nodig die het zeewater van het oppervlak en uit de diepte naar de installatie brengt. Bluerise ontwierp de installatie en testte hem. Technisch directeur Berend Jan Kleute constateert: ‘De turbine levert zoveel energie dat maar zo’n 20 % van de opgewekte elektriciteit nodig is voor de pompen. De rest is de opbrengst van de centrale.’

Een tweede toepassing van koud water uit de diepzee is het koelen van ruimtes. Al enkele jaren werkt Bluerise aan een gecombineerde toepassing bij een vakantiepark en het vliegveld op het eiland Curaçao. De OTEC-installatie wekt elektriciteit op voor de bungalows en voorzieningen op het vakantiepark. Een deel van de stroom wordt gebruikt voor extra pompen, die koud water omhoog pompen voor de airconditioning op het vliegveld.

De pijp die koud water aanvoert is 7 km lang en loopt uit de kust van het eiland naar een diepte van circa 1.000 m. De zuinigste manier om het water aan te voeren blijkt met een dikke pijp van 1,4 m doorsnee. ‘Dan is de stroomsnelheid in de buis relatief laag en is het drukverschil binnen en buiten de buis niet zo groot’, legt Kleute uit. De voorziene gecombineerde installatie op Curaçao levert permanent 500 kWe en een energiebesparing van 90 % op de koeling van het vliegveld, grofweg $ 1 miljoen aan stroom en een besparing van $ 7 miljoen op airco per jaar, rekent Kleute voor. (meer…)